vraagteken

Definitie ‘franchiseovereenkomst’ in wetsvoorstel ‘Wet franchise’ ontoereikend?

13 maart 2019

Het wetsvoorstel ‘Wet Franchise’ geeft een definitie van het begrip franchiseovereenkomst. Een van de bezwaren tegen dit wetsvoorstel is dat deze definitie een duidelijke afbakening mist. Is dit een terecht kritiekpunt?

De Rechtbank Rotterdam is op 24 oktober 2018 onder andere ingegaan op de vraag of de betreffende franchisegever schadeplichtig is jegens haar franchisenemers door de opgestelde omzet- en winstprognoses (te) rooskleurig voor te stellen. Bij het beantwoorden van deze vraag kaart de Rechtbank als eerste aan dat de franchiseovereenkomst geen in de wet benoemde overeenkomst is. De Rechtbank overweegt dat het bij franchising in het algemeen gaat om een overeenkomst waarbij de franchisegever aan de franchisenemer “tegen vergoeding het recht verleent om voor eigen rekening en risico een onderneming te drijven binnen het netwerk van de franchisegever met als doel de verkoop van producten uit de franchiseformule van de franchisegever, waarbij de franchisenemer die formule volgt en onder de handelsnaam en het handelsmerk van de franchisegever handelt”.

In het wetsvoorstel ‘Wet Franchise’ wordt de franchiseovereenkomst echter als volgt gedefinieerd:

“overeenkomst waarbij de franchisegever aan een franchisenemer tegen vergoeding het recht verleent om een franchiseformule op een aangewezen wijze te exploiteren voor de productie of verkoop van goederen dan wel het verrichten van diensten”.

Een vergelijking tussen de twee definities laat zien dat het begrip ‘franchiseovereenkomst’ in de jurisprudentie meer is afgebakend dan in het wetsvoorstel. Dit is in lijn met de kritiek op dit onderdeel van het wetsvoorstel: het ontbreken van een duidelijke afbakening. Die afbakening is met name van belang om de franchiseovereenkomst te onderscheiden van andere commerciële contracten, zoals bijvoorbeeld de distributieovereenkomst of een dealercontract. Het ontbreken van een duidelijke afbakening kan voor een hoop onduidelijkheid zorgen en vergaande consequenties hebben. De (beoogde) wetgeving op het gebied van franchise is immers dwingend recht en heeft voor een belangrijk deel betrekking op de (pré-)contractuele fase. Indien pas achteraf wordt vastgesteld dat een bepaalde overeenkomst als franchiseovereenkomst kwalificeert, zal de ‘ongewild’ franchisegever tal van verplichtingen niet zijn nagekomen. Deze tekortkomingen zijn ook niet te herstellen, met dus mogelijk zwaarwegende financiële gevolgen.

Het bovenstaande toont weer eens aan dat het wetsvoorstel veel vragen oproept. LXA houdt dit proces daarom nauwkeurig in de gaten en adviseert franchiseorganisaties ook op dit punt. Wij helpen u dan ook graag met uw vragen!

Auteur: Herman Knotter

Recente artikelen

Heeft u een vraag? Neem dan contact met ons op of laat een bericht achter.

’s-Hertogenbosch

E: info@lxa.nl
T: +31 73 700 36 00

Bezoekadres

Pettelaarpark 101
5216 PR ’s-Hertogenbosch
Bekijk de route

Postadres

Postbus 5054
5201 GB ’s-Hertogenbosch

Lees hier onze privacyverklaring voor informatie over onze verwerking van uw persoonsgegevens.

Amsterdam

E: info@lxa.nl
T: +31 20 524 10 80

Bezoekadres

Amstelgebouw
Prins Bernhardplein 200
1097 JB Amsterdam
Bekijk de route

Postadres

Bertrand Russellstraat 11
1097 HL Amsterdam

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
Neem contact op
Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Heeft u een vraag?

Stuur een e-mail naar franchise@lxa.nl
Of laat een berichtje achter.